Componeren was mijn oorspronkelijke droom als musicus. Pianist ben ik ‘per toeval’ geworden. De muziek die mij fascineerde en die mijn kinderjaren wiegde, was hoofdzakelijk de filmmuziek: Georges Delerue, Philippe Sarde, Ennio Morricone, Antoine Duhamel, Gabriel Yared, François de Roubaix, Michel Legrand en vele anderen. Nog ver –of toch weer niet zo ver?- van de experimentele muziek die ik later zou beoefenen, vond ik in deze muziek een eindeloze ruimte om mijn verbeelding en emoties te projecteren. Na twaalf jaar ononderbroken bezig zijn met ‘hedendaagse’ muziek vind ik in deze muziek nog steeds de wortels van mijn eerste muzikale emoties en ik ervaar voortdurend de kloof tussen de zogenaamde ‘geleerde’ muziek (weet zij er meer van dan andere?) van de klassieke traditie en de directere muziek van vollkse oorsprong. Ik droom ervan om die twee te verzoenen en recht te doen aan dit dubbele erfgoed.
Misschien heb ik de laatste jaren het componeren wat verwaarloosd ten voordele van de piano omdat dromen weleens bang maken maar ik ben nooit helemaal gestopt met muziek schrijven vooral voor theater. Soms moet men een hele omweg maken voor men zijn doel bereikt. Bovendien is er in de muziek voor theater, zoals ook voor film of dans, minder voorgegeven en meer vrijheid dan in de ‘zuivere’ muziek. Alles lijkt mogelijk als de muziek in dialoog moet treden met andere vormen.
U vindt hier uittreksels van toneelmuziek uit de jaren 1994 – 2009. Deze, vaak korte, stukken zijn miniaturen die elk een versmelting weerspiegelen met een tekst, een wereld, een schrijver, een regisseur. Ik houd ervan om mij te laten doordringen van deze uitwendige gegevens zodat een muziek naar boven kan komen die deel wordt van een ensemble en ik de juiste trilling kan vinden om door klank aan te brengen wat anders niet uitgedrukt kan worden. Doorheen de enkele uittreksels die u hier aantreft, komt ongetwijfeld het meest persoonlijke deel van mijn werk tot uitdrukking.
U kan ook enkele stukken kamermuziek beluisteren en verder een aantal dingen die ik zelf onmogelijk in een of andere categorie kan onderbrengen.
Binnenkort zal er onder het label SUB ROSA een CD verschijnen met mijn toneelmuziek van de jaren 1994-2009 samen met de muziek voor de documentaire L’or Bleu (Het Blauwe Goud).
Stuk voor piano solo, creatie in Montreal op 15 oktober a.s. op het Festival Nouveau Cinéma. Het wordt midden november hernomen op het Festival voor Hedendaagse Muziek te Lima en op 17 november op het Festival Loop van het Forum voor Componisten in Espace Senghor te Brussel.
Twee vrouwen. Zij hebben geen auto en doorkruisen Brussel elke dag van Noord naar Zuid. De ene heeft hier altijd gewoond, de andere is pas aangekomen. Ze kennen elkaar niet maar ze nemen elke morgen dezelfde tram en dat schept nu eenmaal banden. Op zekere dag laat Eva haar GSM uit haar zak steken en Magda kan het niet laten haar opmerkzaam te maken op het gevaar: er zijn overal dieven. Eva luistert echter niet en om te bewijzen dat ze gelijk heeft, gritst Magda de GSM uit haar zak. Dit is het begin van een lange ‘tram-movie’ voor twee eenzame clowns.
STIB
Eva en Magda
Jules et Zou (Jules en Zou) Spektakel voor kinderen
Creatie: april 2009, Espace Brueghel (Brussel)
Tekst en regie: Geneviève Damas
Uitvoerders: Givanna Caddeddu en Yan-Gaël Monfort
Dit is het verhaal van een kleine jongen: Jules.
En van een klein meisje: Zou
Jules en Zou wonen in dezelfde straat: de sina asappelboomstraat.
Die kan men gemakkelijk herkennen: er groeien daar namelijk helermaal geen sinaasappelbomen.
Zij gaan naar dezelfde school, de school met de kastanjelaars.
Jules kent de school goed, hij komt hier van kleins af aan.
Zou kent de school niet want zij is maar pas aangekomen in de wijk met haar mama.
Op een dag komen enkele heren haar mama op het werk halen.
Zou komt nu een tijd bij Jules wonen tot de mama van Zou haar weer komt halen.
Jules en Zou is het verhaal van een vriendschap.
Wat een geschiedenis!
Geen enkele zin meer!
Nauwelijks enkele letters hier en daar!
Geen enkele lijn om zich aan vast te houden!
Alleen een stapel matrassen, zuiver als een wit blad. Wat nu gedaan?
Hoe te weten komen wat we moeten spelen?
Welk personage we moeten uitbeelden?
Een ware nachtmerrie!
En toch, ze zal echt toch moeten komen, dat ‘verschrikkelijke prinsesje’!
Maar hoe, nu Koning René en Koningin Irène reeds alles geprobeerd hebben?
We zitten in nesten!
En als we de schrijver eens riepen?
Hij moet ons hieruit helpen!
Adélaïde et sa mémé
Molly au château
Creatie: augustus 2007 (Festival van Spa)
Tekst en uitvoerder: Geneviève Damas
Regie: Pietro Pizzuti
“Weduwe zoekt gezelschapsdame, ongehuwd, dynamisch en met goed voorkomen, referenties gewenst, verblijf verzekerd. Denk je dat dit iets zou zijn voor mij? Ik heb toch altijd van oude mensen gehouden. Nu niet die oude juf van wiskunde op het lyceum, die tante van Cromagnon.Maar mijn oma, jouw oma heb ik altijd graag gezien. Bovendien zou ik nuttig kunnen zijn, ik zal je van Tiny voorlezen. Kusje zoals altijd.”
Na de wereldkampioenschappen, waar haar ploeg tweede werd, hangt Molly, alias Marie-Odile Savard, haar fiets aan de haak en neemt enkele weken vakantie in New York met haar minnaar Pierrot. Kwestie van ideeën uit te wisselen en met goede moed terug te starten. Op een morgen krijgt ze een telefoontje van haar trainer, die de resultaten binnnenkreeg van bloed- en urinetesten, die voor de wereldbeker uitgevoerd werden: Molly is positief bevonden. Haar hemel stort in. Ze beslist om met alles te breken: fiets, werk en Pierrot. Maar wat gaat ze nu met haar leven doen? Ze droomde er al van om een wereldreis te ondernemen langs de dorpen aan het stuur van een bibliobus. Maar er is geen plaats voor haar. Ze bladert de kleine aankondigingen door en haar oog valt op een aanlokkelijke werkaanbieding…
L'arrivée au château
(De aankomst op het kasteel)
Cajou Een spektakel voor jongeren vanaf 14 jaar
Tekst: Patrick Lerch
Regie:Geneviève Damas
Cajou, Mélanie Delva
Tom, Patrice Mincke
Le chien de personne (de Hond van Niemand), Luc Fonteyn
Twee jonge mensen in een voorstad gaan met elkaar om, gaan de confrontatie aan met elkaar, worden tot elkaar aangetrokken, stoten elkaar af: Cajou en Tom. Twee persoonlijkheden in wording, cocons die bijna vlinder zijn, heen en weer geslingerd tussen twijfel, woede, preutsheid, verlangen en liefde. Ze dromen ervan om hun kleine wereld te verlaten en Australië te ontdekken. Rond hen sluipt een geheimzinnig wezen, soms vriendelijk, soms afschrikwekkend: de Hond van Niemand, een man die de belissing heeft genomen om de wereld van de mensen te verlaten om anders te gaan leven.
Cajou
L'installé (De verschanste)
Creatie: september 2005 (Théâtre Daniel Sorano, Vincennes, France)
Tekst: Alain Spièss
Regie: Françoise Spièss
Op een dag heeft hij zich verschanst en beslist om zijn appartement in Parijs nooit meer te verlaten. Wanneer hij zijn vuilzakken zorgvuldigt opstapelt, schieten de medeeigenaars , opgejut door de vreselijke huisbewaarder Trappenier, hun pijlen op hem af. Dan probeert hij uit te leggen waarom hij zich heeft verschanst. De vormloze puzzles, die het belangrijkste onderdeel vormen van zijn bezetting, lijken op flarden herinneringen die op hem afkomen, op de fragmenten die hij tracht samen te brengen om zin te geven aan zijn leven. Vanuit zijn verleden of zijn verbeelding duiken de personnages op die hem tijdens zijn leven achtervolgd hebben. Deze paradoxaal uitbundige tekst woelt in familiebanden, niet erkende verlangens, relaties van de mens met de mens en de dood. Humor, waanzin, spotlach en diepmenselijkheid vinden mekaar in dit spektakel, dat doet ijzen en lachen. De pen een ontleedmes zonder pathos.
Cravatte blues
Molly à vélo (Molly op de fiets)
Creatie: augustus 2004 (Festival van Spa)
Tekst en uitvoering: Geneviève Damas Prix du Théâtre - Meilleur Auteur 2004
Coup de Coeur des Lycéens de Loire-Atlantique 2006
Finaliste van de Prix Sony Labou Tansi en van de Prix du Parlement van de Franse Gemeenschap 2006
Regie: Pietro Pizzuti
Je moet maar Molly Savard heten, geboren zijn in Saint-Péravy-la-Colombe, dezelfde naam dragen als je tante, die in 1956 gestorven is na het eten van paddestoelen die scholieren gepukt hadden in het bos, voorbestemd zijn om verkoopstertje te worden, een vader hebben met de ergerlijke gewoonte om je te vergelijken met de jongste dochter van Generaal de Gaulle en je zal begrijpen dat jou slechts één ding te doen staat: vertrekken en wel zo vlug mogelijk!
La course (De koers)
La fée au cerf-volant (De fee met de vlieger)
Spektakel voor kinderen
Creatie: maart 2004
Tekst en regie: Geneviève Damas
Uitvoerders: Mélanie Delva, Sandrine Bonjean, Henri Monin of Boris Stoikoff, Olivier Rosman
Jonathan is bijna zeven jaar. Hij leeft alleen met Mama. Wanneer zij teveel werk heeft, komt Papy op bezoek en vertelt verhaaltjes. Alleen, alleen… Jonathan is niet gelukkig. Hij denkt aan Papa en ook aan Mamy. Hij weet niet waar ze zijn, niemand zegt iets. Jonathan denkt en denkt: als hij eens opnieuw heel klein werd, zou dat helpen?
Tekst: Francis Monty
Regie: Geneviève Damas
UItvoerders: Thierry Hellin, Anne-Laure Fabre, Carole Trévoux, Daniel Decot, Valérie D'hondt, Geneviève Damas
Het stuk van Francis Monty begint met het beeld van zes personen,achterover leunend in een zetel: Ouarch, Fichtre, Zorgha, Rogné, Zouave et Schlurps. Zij hebben de kracht niet meer om te vechten, om hun plaats te vinden in de maatschappij. Ze zitten vastgekluisterd aan hun zetel en herkauwen hun bitterheid. En toch, er is een tijd geweest dat ze geloofden dat ze de wereld konden veranderen en hun lot van mens te zijn in handen nemen –sterfelijk, zonder band, zonder geld of erkenning- samen met hun falen –al wat niet vloeiend verloopt, niet schitterend is of mooi van buiten-: zij zouden een circus oprichten. Dan nemen ze het besluit om voor publiek het ontstaan van dat circus al spelend te herbeleven: de geschiedenis van hun project, dat op een mislukking uitloopt omdat ze onweerstaanbaar aangezogen worden door het geld, de macht, hun ego en de verleiding. Dit herdenken doet hen herleven en geeft hun de kracht om te vertrekken naar de wereld van de verbeelding, naar de maan, waar de mens en zijn ontmoetingen op de eerste plaats komen.
De muziek van dit spektakel werd uitgevoerd door de toneelspelers en speelsters zonder de ondersteuning van een vooraf gemaakte opname.
L'ogrelet
L'ogrelet (Het reusje)
Spektakel voor kinderen
Creatie: maart 2001
Tekst: Suzanne Lebeau
Regie: Valérie Cordy
Uitvoerders: Gregory Praet, Geneviève Dama
Hanteren van de Marionetten: Leila Fajoumi, Julia Palermo
Dit is de geschiedenis van Simon, een kleine jongen van zes, die voor het eerst naar school gaat zoals iedereen. Maar hij is zo groot, zijn handen zo enorm! Zijn moeder noemt hem liefkozend ‘mijn reusje’. Sinds zijn geboorte beschermt ze hem tegen zichzelf: er mag niets roods onder zijn ogen komen, hij krijgt vegetarisch voedsel, niets mag zijn instincten opwekken… tot de bomen rond het huis toe, die niet verkleuren in de herfst! Haar onrust is terecht want ze weet dat de vader van Simon, die vertrokken is nadat hij één voor één zijn zes dochters verslonden heeft kort na hun geboorte, hem de erfenis heeft nagelaten van zijn vraatzucht. In de school ontdekt Simon stilaan dat hij anders is. Maar hij is ook moedig. Gesterkt door zijn vriendschap voor de kleine Pamela en zijn verlangen om te leren, gaat hij zijn lot tegemoet door ervoor te kiezen om zijn bloedinstincten te beheersen. Hij doorstaat drie testen om zijn vraatzucht voor altijd te overwinnen.
l'Ogrelet (Het reusje)
Mardi
Mardi (Dinsdag)
Creatie: 1999
Tekst: Edward Bond
Regie: Sylvain Plouette
“Wat de titel betreft: zeg maar Dinsdag”, schrijft de auteur aan de vertaler. “Tuesday, als titel, is nogal lelijk in het Engels maar dat is goed, zo wil ik het hebben. De titel betekent eenvoudig ‘om het even welke dag’. Maandag klinkt te zwaar; het is het begin van iets en zaterdag of zondag zijn ook beladen met betekenissen want ze duiden op het einde. Woensdag krijgt zijn betekenis van de half afgelegde weg en met donderdag naderen we het einde…Dinsdag is uitstekend voor de jonge personages. Dinsdag wordt interessant precies omdat het zo oninteressant is.” Bond wil ons blijkbaar aanmoedigen om het alledaagse te aanvaarden als legitieme stof voor zijn kunst en voor de dramatische kunst in het algemeen. Na het theater van het alledaagse van de jaren zestig hebben we het wel gehad, zou u denken. Maar vergist u zich niet. Wanneer een jonge deserteur binnenvalt in de kamer van zijn vriendin om een schuiloord te vragen, is dat slechts een ontsteker. De termen ‘fait divers’ of ‘alledaags drama’ verbergen vaak de tragiek van een’ verlichte’, redelijke wereld. Want de soldaat is klaar om zijn eigen zekerheid dat hij de wereld van het leger moest verlaten, te plaatsen tegenover de zekerheden van de andere wereld, die van de gevestigde orde, belichaamd door de vader van het meisje.
(De tango van de sluipschutters)
Le soleil dans la cheminée
Le soleil dans la cheminée
Spektakel voor kinderen
Creatie: augustus 1998 (Festival van Huy)
Tekst en regie: Martine Godard
Een dak, broer en zus, een rups, een schoorsteen… Waar zijn de ouders? Papa werkt, hij werkt zeer hard. Mama werkt ook. Overdag gaan de kinderen naar school en de ouders werken. Waarom is mama niet meer thuis? Het dakraam gaat open: wat komt tervoorschijn? Een hand, een been, een meisje, pluisjes en pluimen en kleine jongens. Het dakraam gaat weer dicht. Het grote avontuur kan beginnen. Plots zijn Ben en Nomi drenkelingen, aangespoeld op het eigen dak van hun eigen huis. Wat nu? Wat gedaan? Zij slaan in paniek, ruziën, spelen, vervelen zich, praten, twisten, lachen, spelen, raken in paniek,lachen. Tenslotte is een dak klein, zelfs al steekt het boven de wereld uit; je moet wel samen blijven. Samen ver van alles, van de school, de kameraadjes, de ouders, de problemen… Deze onverwachte ervaring heeft Ben en Nomi enkele uren afgezonderd. Lang is dat en eigenlijk ook wel goed. Wat moeten ze zeggen? En hoe moeten ze het zeggen? Het groeit stilaan: giechelen, vragen stellen, een verstandhouding, een medeplichtigheid tot echt luisteren. Zij kijken en luisteren anders. Iets sterks en onverwoestbaars is er gegroeid tussen hen. Wat hen niet belet om nog steeds te ruziën, plezier te maken en van elkaar te houden.
Ouverture (Opening)
Gallilée
Gallilée (Galilei)
Creatie: mei 1994
Tekst: Bertold Brecht
Regie: Christian Charlier
Leerlingen van het atheneuml Royal de Visé
Galilei, die overigens van een aangenaam leventje houdt, schrijft de Deense uitvinding van de verrekijker op zijn eigen naam en verbetert meteen zijn magere loon als professor. Hij is verlekkerd op voedsel, zowel aards als spiritueel. Zo wil hij het bijgeloof bestrijden en zijn kennis doorgeven. Aan het hof van Firenze hoopt hij zijn nieuwe theorieën ingang te doen vinden: de maan geeft geen licht van zichzelf, ze krijgt die, zoals de aarde, van de zon. Maar de Inquisitie, die de subversieve gevolgen van de theorie inziet, legt de ontdekker het zwijgen op. Jaren later slaagt Galilei, half blind en gevangene van de Inquisitie er ondanks alles in om zijn Discorsi te schrijven, die hij verbergt tussen wereldkaarten. Wanneer zijn lieveligsleerling hem komt opzoeken en hoort van het werk, meent hij dat de herroeping slechts een list was. Galilei brengt hem op andere gedachten (misschien is hij helemaal niet bang voor represailles?) en vraagt hem de Discorsi naar het buitenland te smokkelen.
Prison (Gevangenis)
Muziek voor documentaire
Director : Damien de Pierpont
Director of photography : Dominique Henry
Sound : Ludovic Van Pachterbeke, Irvic D’Olivier, Thierry Tirtiaux
Editing : Virginie Messiaen
Sound editing : Ludovic Pachterbeke
Composer : Jean-Philippe Collard-Neven
Uitgebracht door : Denis Delcampe – NEED PRODUCTIONS
In coproductie met
CBA (Kathleen de Bethune), RTBF (Annick Lernoud), ARTE (Nadine Lernoud)
Met de hulp van DGCD, federale finaciële dienst, Buitenlandse Zaken, Commerce extérieur et Coopération au Développement du Centre du Cinéma et de l’Audiovisuel van de Franstalige gemeenschap van België, Waalse teledistributies wallons en van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Water is geen koopwaar zoals andere: vertrekkend van de problemen van Marrakech, klaagt deze documentaire de privatisering aan van het ‘blauwe goud’. Met de toename van de wereldbevolking, de klimaatsveranderingen en de verspilling, die vaak katastrofale tekorten veroorzaakt, wordt de toegang tot water en de controle erover een geduchte inzet. Terwijl de Wereld Handels Organisatie, de Wereldbank en de Europese Unie voorstander zijn van privatisering, steunt deze film op het voorbeeld van Marrakech om op de gevaren te wijzen van dergelijke politiek. Wanneer men het recht niet waarborgt van iedereen om toegang te hebben tot water, dreigt deze politiek een steeds groter deel van de bevolking te beroven van een vitale levensbron.